De kracht van het tweedegraads netwerk

Netwerken doe je over het algemeen met een bepaald doel. Je ziet het belang in van een goed netwerk, om kennis te kunnen uitwisselen, geïnspireerd te worden, nieuwe klanten te vinden of je carrière te versnellen. Van alle te vergeven banen, wordt 70 procent ingevuld via het netwerk. En van alle opdrachten die een dienstverlenende organisatie krijgt, komt een aanzienlijk deel (soms zelfs ruim negentig procent) via het netwerk.

Of je nu een nieuwe baan zoekt of nieuwe klanten, in beide gevallen is de kans maar klein dat je die vindt in jouw eerstegraads netwerk. Ten eerste is dat netwerk beperkt qua omvang: met hoeveel mensen kun je een goede relatie opbouwen? Ten tweede moet het maar net zo uitkomen dat iemand toevallig net de baan of de opdracht heeft die bij jou past.

Toch is een goed eerstegraads netwerk heel belangrijk. Vooral omdat je via jouw relaties toegang krijgt tot hún netwerk. Die relaties vormen jouw tweedegraads netwerk. Dat netwerk heeft een aanzienlijk grotere omvang, waarmee jij ook een veel grotere kans hebt om in dat tweedegraads netwerk jouw nieuwe baan of nieuwe opdrachten te vinden.

Hoe groot is jouw tweedegraads netwerk dan? Volgens sociaal wetenschappers heeft iemand uit de beroepsbevolking tussen de 250 à 600 eerstegraads contacten (privé plus zakelijk). Een eenvoudige rekensom maakt snel duidelijk wat de kracht is van jouw netwerk. Stel, je hebt 250 contacten in de eerste graad. Een aantal van hen kent ook andere mensen uit jouw netwerk. Als we uitgaan van een overlapping van 50 procent in de eerste en de tweede graad, wordt de rekensom als volgt:

1e graad: 250 contacten,
2e graad: (50% van 250 =) 125 x 250 contacten = 31.250 contacten,
3e graad: 125 x 31.250 = 3.906.250 contacten.

Wauw, bijna 4 miljoen contacten! Stel dat je 10 procent hiervan zou kunnen bereiken, wat zou dat dan voor jou betekenen?

Als je de som nog verder doorrekent, kom je in de 6e graad uit op een getal dat groter is dan de wereldbevolking. Vandaar dat er wel wordt gezegd dat je maar ‘6 stappen bent verwijderd van iedereen op de wereld’. Wetenschappers zijn het hier niet altijd over eens, maar wat ik vooral belangrijk vind is de wetenschap dat je via jouw netwerk een veel grotere vijver krijgt om in te vissen en meer kans hebt om de juiste vis te vangen.

Via LinkedIn heb je inzicht in je netwerk tot en met de derde graad. Je kunt dat gebruiken om in contact te komen met iemand in een bepaalde functie of bij een bepaald bedrijf. Door jouw eerstegraads contact te vragen om een introductie, is de kans dat je die persoon te spreken krijgt een stuk groter dan wanneer je een van de velen bent die langs de secretaresse probeert te komen.

Hoe je dat doet? Via LinkedIn kun je zien wie uit jouw netwerk een eerstegraads connectie heeft met degene met wie jij in contact wilt komen. Vraag jouw relaties hoe goed hij deze persoon kent en leg uit waarom je met hem in contact wilt komen. Vraag of hij bereid is om jou te introduceren en op welke wijze. Vertel ook hoe jij deze persoon gaat benaderen en spreek af om jouw relatie op de hoogte te houden van het verdere verloop. Vergeet niet jouw relatie te bedanken en op de hoogte te houden. En bied aan om hetzelfde voor hem te doen. Zo werkt je netwerk tot wederzijds voordeel.